Kumi-kata
In de basis draait Kumi-kata om twee dingen:
1. De Afstandsbediening
Zie de pakking als de afstandsbediening van je tegenstander.
- Controle: Door de judogi (het pak) vast te pakken, voel je wat de ander gaat doen nog vóórdat hij beweegt.
- Sturen: Jij bepaalt waar de ander heen gaat. Als jij niet vast hebt, kun je niet trekken of duwen, en kun je dus nooit de balans verstoren (Kuzushi).
2. Veiligheid en Balans
Kumi-kata is niet alleen om aan te vallen, maar ook om jezelf te beschermen:
- Je eigen schild: Met een goede pakking houd je de tegenstander op afstand zodat hij niet bij jouw benen of heupen kan komen.
- Anker: Als je zelf uit balans raakt, is je grip op de ander vaak het steunpunt waardoor je op je voeten kunt blijven staan.
De “Gouden Regel” voor in de Bibliotheek:
“Eerst pakken, dan pas bakken.” Veel judoka’s willen al indraaien voor een worp terwijl ze nog geen goede grip hebben. Dat werkt bijna nooit. In de bibliotheek leggen we uit:
- Pakken: Zorg dat je minimaal één hand (liefst twee) stevig op het pak hebt.
- Controleren: Maak de arm van de ander “moe” of “dood” door hem te sturen.
- Werpen: Pas als je controle hebt, zet je de worp in.
Waarom dit belangrijk is voor de training:
In de Uchi-komi (die we eerder bespraken) oefen je altijd vanuit een vaste pakking. In de Randori leer je dat die pakking niet zomaar cadeau wordt gegeven; daar moet je voor knokken.
Kortom: Kumi-kata is de taal van het judo. Pas als je de ander vasthebt, begint het gesprek!
Soorten KUMI-KATA:
In de basis zijn er een aantal kumi-kata vormen; namelijk:
- Ai-yotsu (Recht-rechts / Links-links
- Kenka-yotsu (Rechts-links / links-rechts)
- Eri-seoi-nage
- Mouwen
- Gadauli (een hand over heen op de rug, eenzijdig)
- YSG-grip (Yoko-sumi-gaeshi-grip)
KUMI-KATA – Vastpakopties
Kumi-kata is het gevecht om de pakking, waarbij je de judogi van je tegenstander vastpakt om controle te krijgen over diens bewegingen. Het is de essentiële eerste stap om de balans van de ander te verstoren en je eigen worp voor te bereiden. Kijk hieronder naar de verschillende kumi-kata opties:
Ai-yotsu (L-l / r-r)
Bij Ai-yotsu hebben beide judoka’s links of rechts vast
Kenka-yotsu (l-r / r-l)
Bij Kenka-yotsu hebben de judoka’s tegenovergesteld vast; dus een van de 2 heeft links en de ander rechts. Of andersom
eri-seoi-nage
Hierbij heeft Tori eenzijdig vast, dus met links bij de mouw en rechts bij de revers aan dezelfde kant.
mouwen
Een of beide judoka’s hebben bij beide of of een mouw vast.
gadauli
Met een hand heb je bij de mouw/revers en de andere hand zit aan dezelfde kant over de schouder en op de rug vast.
ysg-grip
Je hebt de Yoko-sumi-gaeshi-grip, met een hand op de mouw en de ander schuin over de rug bij de band/jas